Het lijkt wel alsof steeds minder mensen het grote plaatje kunnen zien. Iedereen is zo gefocust op zijn eigen belang, zijn eigen prioriteiten, dat er geen ruimte meer is voor begrip of nuance. Een perfect voorbeeld hiervan is wat er onlangs gebeurde bij het voetbalteam van mijn zoon.
Mijn zoon is 14 jaar. Een jonkie in ieder opzicht en hij voetbalt bij één van de vele juniorenelftallen in Nederland. Geen Jong Ajax, geen andere belangrijke club, gewoon een lokaal team waar kinderen plezier kunnen hebben en zich sportief kunnen ontwikkelen. Maar voor zijn coach lijkt het belangrijker dat kinderen zich volledig op voetbal richten dan dat ze een gezonde balans in hun leven vinden. Onlangs stuurde hij een boze chat naar alle ouders. Een chat die ook overduidelijk aan mij gericht was. Zijn boodschap? Kinderen die slechts één keer per week (of minder) op de training verschijnen, krijgen minder speeltijd tijdens wedstrijden. Minder trainen is minder spelen. Simpel.
Voor sommige ouders was dat volkomen logisch. Ze waren het roerend met hem eens. Maar zo simpel is het niet. Mijn zoon heeft namelijk een heel goede reden waarom hij minder vaak traint. Hij zit in de tweede klas van de middelbare school en heeft het zwaar met zijn schoolwerk. Zijn cijfers balanceren op het randje van wel of niet overgaan. De afgelopen weken kreeg hij een stortvloed aan toetsen te verwerken, en in plaats van te gaan trainen, koos hij ervoor om te leren. Niet omdat hij voetbaltraining niet leuk vindt. Niet omdat hij voetbal onbelangrijk vindt. Niet omdat hij liever gamet of op de bank hangt. Maar omdat hij zijn verantwoordelijkheid neemt en zijn prioriteiten stelt. School. gaat. voor.
En daarvoor werd hij dus gestraft.
Zijn coach had geen begrip voor deze keuze. Hij vond dat hij ‘gewoon harder moet leren’ zodat hij meer tijd overhoudt voor voetbal. Alsof iedereen hetzelfde leertempo heeft. Alsof iedereen even makkelijk goede cijfers haalt. Alsof inspanning en verantwoordelijkheidsgevoel er niet toe doen, zolang het eindresultaat maar klopt. En dat is precies het probleem: we leven in een wereld waar mensen alleen nog kijken naar het eindresultaat en niet meer naar de weg daarnaartoe.
En dit gaat niet alleen over voetbal. Dit geldt voor zoveel aspecten van het leven. Onze kinderen worden niet beloond voor het maken van verstandige keuzes, voor het tonen van discipline en verantwoordelijkheid. Nee, ze worden alleen afgerekend op wat uiteindelijk zichtbaar is. Een kind dat prioriteiten stelt en een verstandige keuze maakt, krijgt minder kansen.
Als ik dat voor mijn kiezen krijg, word ik altijd een beetje tegendraads. Mijn antwoord op die chat: moeten we niet juist de kinderen steunen die laten zien dat ze verantwoordelijkheid kunnen nemen? Moeten we hen niet juist aanmoedigen in plaats van straffen? Een voetbalcoach bij een juniorenteam zou niet alleen bezig moeten zijn met de prestaties op het veld, maar ook met de ontwikkeling van zijn spelertjes als mens. Net zoals een goede leraar niet alleen let op cijfers, maar ook op inzet en doorzettingsvermogen.
Achteraf gezien waren mijn woorden best wel hard. Maar ja, ik ben nooit een ster geweest in subtiliteit als het om onrecht richting mijn kinderen gaat.
Maar gelukkig kreeg ik bijval van enkele ouders waardoor de coach zijn tunnelvisie even liet varen en aangaf daar voortaan ook rekening mee te houden. Zoals ik zei, gelukkig maar want ik was even bang dat ik door de andere ouders als de dorpsgek van de chat weggezet zou worden.
Het zou mooi zijn als we als samenleving weer iets vaker het grote plaatje bekijken. Niet alleen wat iemand presteert, maar ook wat iemand ervoor heeft moeten doen – en laten. Misschien worden we er dan allemaal een beetje wijzer van. Ondertussen vindt mijn zoon voetbal steeds minder leuk. Niet omdat hij niet presteert – hij is tenslotte by far de topscorer van het team – maar alleen omdat hij iets te vaak wordt gestraft op het moment dat hij doet wat volgens hem het meest verstandige is – ook al heeft dat even niets met de voetbal te maken.
En als ouder word ik daar zowel verdrietig als trots van.
– Cliff


