Soms kan het leven zo genadeloos hard zijn dat het je volledig uit het veld slaat. Laat ik vooropstellen dat mijn leven allesbehalve makkelijk is geweest. Het voelt als een ketting van gemiste kansen en momenten waarop ik net iets bereik, worden opgevolgd door gebeurtenissen waardoor ik het weer kwijtraak. Soms grap ik dat ik in een vorig leven iets vreselijks gedaan moet hebben en daar nu de prijs voor betaal. Maar aangezien ik niet in reïncarnatie geloof, is de enige logische verklaring dat ik gewoon een ongelooflijke pechvogel ben. “Voor pech geboren” – dat vat het perfect samen.
Het lijkt wel of geluk niet voor mij is weggelegd. Telkens als ik het gevoel heb dat ik het eindelijk heb gevonden, word ik weer onderuitgehaald. In mijn vorig schrijven zei ik nog dat ik me eindelijk weer een beetje gelukkig voelde. Misschien had ik dat beter voor mijzelf kunnen houden, want het lijkt alsof het universum meeluisterde en besloot: “Geluk? Oeps, dat was niet de bedoeling, Cliff.” Wat er dit keer precies is gebeurd, doet er eigenlijk niet toe. Wat telt, is dat ik weer eens hoofdschuddend en in ongeloof achterblijf. Waarom overkomt dit soort dingen mij altijd?
Ik roep het niet op mezelf af. Ik laat mij over het algemeen niet snel uit het veld slaan door tegenslagen. Ik ga altijd met frisse moed nieuwe (en oude) uitdagingen aan. Ik doe mijn best om positief te blijven. Ik ben eerlijk, oprecht, en altijd bereid anderen te helpen, zonder daar iets voor terug te verwachten. En toch lijkt dat nooit beloond te worden. Het voelt alsof het leven me telkens straft, hoe hard ik ook mijn best doe. Ik heb ook wel eens eerder gezegd dat Karma niet bestaat. Want als Karma echt zou bestaan, dan had ik allang mijn zielsverwant ontmoet, de jackpot in de loterij gewonnen en was ik allang één van ‘s lands meest geboekte DJ’s. En om mij heen zouden mensen zeggen: “Hij verdient het!”. Maar in plaats daarvan lijkt het alsof ik vastzit in een vicieuze cirkel van teleurstellingen. Nooit, maar dan ook nooit, valt het kwartje eens mijn kant op.
Laat ik eens een (minder ernstig) voorbeeld geven. Mijn moeder, die al jaren geleden is overleden, deed mee aan de Postcodeloterij. Gek genoeg doet ze dat, waarschijnlijk dankzij een administratieve fout of vooruitbetaling, nog steeds. Ik krijg haar mails doorgestuurd, en iedere keer als ze wint, word ik daarover geïnformeerd. In de afgelopen vier jaar, sinds haar overlijden, heeft ze maar liefst 25 keer iets gewonnen. Geen miljoenen, maar wel cadeaus, tijdschriften, en andere prijzen. Ik? Ik heb in al die tijd twee keer iets gewonnen. Twee keer. Een tafellaken en sokken. Laat dat even bezinken. Mijn overleden moeder wint ruim tien keer zo vaak als ik. Statistisch gezien is dat bijna net zo onwaarschijnlijk als het winnen van een hoofdprijs.
Dit soort dingen zijn tekenend voor mijn leven. Alles lijkt een kwestie van “bijna”. Het is alsof ik die persoon ben die een portemonnee op straat ziet liggen, maar net als ik hem wil oprapen, wordt hij met een touwtje weggetrokken. Telkens. Weer.
Wat het extra bitter maakt, is dat ik zie hoe anderen, die het in mijn ogen het minst verdienen, alles lijken te krijgen waar ik zo mijn best voor doe, maar mij niet wordt gegund. Mensen die door puur geluk de meest fantastische DJ-gigs binnenhalen, of zomaar de loterij winnen, of de liefde van hun leven ontmoeten. Sommigen bereiken alles wat ze willen door simpelweg te liegen en te bedriegen, zoals mijn… eh… je weet wel wie ik bedoel. Het is alsof het leven hen keer op keer beloont, terwijl ik achterblijf met lege handen.
Normaal gesproken sluit ik mijn verhalen af met een wijze les, een inzicht over hoe ik sterker uit een situatie ben gekomen dan ik erin ging. Maar dit keer niet. Ik zie geen enkele levensles in wat mij telkens overkomt. En als er ooit nog een moment komt dat het leven besluit me toch te belonen, zal het onvermijdelijk veel te laat zijn.
Maar goed. We gaan gewoon door alsof er niets aan de hand is. Toch?
– Cliff


