Ik droom. Iedere dag. Ik bedoel iedere nacht. Ik heb het namelijk niet over dagdromen – ik ben nooit zo’n dagdromer geweest – maar over dromen als ik slaap, dus. “When we have shuffled off this mortal coil” zoals Shakespeare zei. Dat dromen doe ik iedere dag… eh… nacht.
De meeste van mijn vrienden beweren dat ze amper of zelfs helemaal niet dromen. En als ze al dromen, dan kunnen ze zelden hun dromen herinneren. Maar allemaal zeggen ze dat ze frequenter zouden willen dromen. Ik deel die wens niet met hen. Sterker nog, ik zou het liefste helemaal niet meer willen dromen. En dat heeft alles te maken met de dingen waar ik over droom.
Meestal droom ik over de periodes in mijn leven waarin ik mij het gelukkigst voelde. Of over juist precies het tegenovergestelde. Over de momenten in mijn leven die het zwaarste voor mij waren. In beide gevallen word ik wakker overmand door verdriet. In het eerste geval omdat “het maar een droom was”. En in het tweede geval omdat ik net die ellendige periodes opnieuw heb moeten beleven.
Ik snap niet zo goed waarom mijn hersenen het nodig vinden om mij ‘s nachts zo te kwellen. Ik ben best creatief vind ik, dus het lijkt me dat mijn hersenen wel iets zouden kunnen verzinnen om over te dromen waardoor ik wél iedere ochtend uitgerust en vrolijk wakker word. Ik bedoel, ik ben een man dus zo ontzettend moeilijk kan dat niet zijn (kuch). En ik zou het ook heel fijn vinden als mijn hersenen bepaalde personen links zouden laten liggen. Zodat ik niet over ze droom. Overdag lukt het me vrij goed om niet aan hun te denken. Maar ‘s nachts lijkt het wel of mijn hersenen een inhaalslag proberen te maken…
Ik heb van alles geprobeerd om mijn dromen te sturen. Door bijvoorbeeld als ik in bed lig één of ander leuk verhaal te verzinnen en dan hopen dat wanneer ik in slaap val, dat mijn dromen het verhaal oppakken en voort zetten. Of door liedjes in mijn hoofd af te spelen. Liedjes welke ik altijd geassocieerd heb met plezier. Maar helaas werkt dat nooit. Want zodra mijn lichaam standje slaap aantikt, gaat het qua droom altijd maar weer dezelfde kant op. Mijn hersenen zijn als een tv met 500 kanalen die vaststaat op RTL 4. En dat er alleen maar afleveringen van “Goede Tijden, Slechte Tijden” herhaald worden. Zoals ik zei, kwelling dus.
Wat ook niet helpt, is dat ik twee katten heb die het nodig vinden om ‘s nachts bovenop me te gaan liggen. En het liefste met hun kop op mijn oor zodat ik gegarandeerd wakker wordt van hun gespin. En het gekke is, dat ik dat niet eens zo erg vind. Want dat geeft me weer even “rust”. Even weg uit die nare droomwereld.
Dus ja, slapen is niet mijn favoriete bezigheid. Overigens moet ik er eerlijkheidshalve wel bij zeggen dat dit niet altijd zo geweest is. Er zijn tijden in mijn leven geweest dat slapen juist heel erg fijn was. Laat ik even in het midden laten waarom. Maar dat zijn juist de tijden waarover ik nu droom.
Et tu, Cerebrum?
Maar goed. Ik kan er niet wakker van liggen. Helaas.
– Cliff


