” Pay It Forward”. Dat was de naam van een film “vroegah” met Kevin Spacey en dat jongetje die in een andere film dooie mensen zag. Ik herinner me vaag de plot, maar wat me wel bij is gebleven van die film, is het idee dat het helpen van anderen een kettingreactie teweeg zou moeten brengen; jij helpt spontaan iemand, waarop zij spontaan iemand gaan helpen, die op hun beurt weer anderen spontaan gaan helpen. En voor je het weet doet iedereen zijn best om van de wereld een betere plek te maken. Je weet wel, “wie goed doet, goed ontmoet”. Of als je niet in het jaar nul geboren bent: “Karma”.
Helaas ben ik na 58 jaar op deze aardkloot rond gehobbeld te hebben tot de trieste conclusie gekomen dat karma net zo echt is als een eenhoorn in een tutu. Sterker nog, het tegendeel lijkt waar. De meest succesvolle mensen die ik ken – op een enkele uitzondering na – zijn ook meteen de grootste eikels (m/v). Ze liegen, bedriegen, en klimmen over de ruggen van iedereen die hun in de weg staat. En ze eindigen altijd bovenop de stapel. Het lijkt wel alsof ze in een andere dimensie leven waar de regels van basaal menselijke fatsoen niet bestaan.
Ondertussen ben ik de “pay it forward” sukkel. Mijn hele leven heb ik in de goedheid van mensen geloofd. Ik help anderen niet omdat ik iets terug verwacht, maar omdat dat het juiste is om te doen. Ik heb altijd gedacht dat zolang ik maar mezelf blijf en de mensen om mij heen help, het goede uiteindelijk wel een keer mijn kant op zou komen. Helaas blijkt het universum die memo niet gehad te hebben. Het enige dat mijn kant op komt, zijn mensen die misbruik maken van mijn bereidheid anderen te helpen.
Zelf ben ik ontzettend slecht in het vragen om hulp. “Netwerken” zit niet in mijn pakketje accessoires. Deels omdat ik vind dat ik mijn eigen boontjes moet kunnen doppen, maar ook omdat netwerken een beetje voelt als bedelen in een pak. Dus blijf ik die “pay it forward” loser die anderen blijft helpen in de hoop dat het kwartje ooit een keer mijn kant op valt. Ja, niet dus.
Voorbeeldje: ik heb zat aankomende DJs aan gigs geholpen door ze te laten draaien op feestjes die ik zelf organiseerde, of door ze te introduceren in clubs waar ik draai. Op die manier gaf ik hun carrière een zetje. En omdat zij wél goed in netwerken zijn, werden sommigen van hun steeds vaker gevraagd en mochten ze zelfs op festivals draaien. Ok, nier per sé als headliner, maar op festivals desalniettemin. En je zou denken dat ze dan ook eens een keer aan mij denken. Maar helaas. Het is zo van: Hallo? Kent u mij nog? Die gozer die je een kans gaf toen niemand anders dat wilde doen? Nee? Oh. Ok, als je me zoekt, dan sta ik hier aan de zijkant met mijn zelf-respect en integriteit.
En dit gebeurt niet alleen met werk – maar ook in de liefde. Ik geef en ik geef. En als ik daarmee klaar ben, geef ik nog wat meer. Ondertussen hopend dat ze mij ziet voor wie ik ben. En wat krijg ik daarvoor terug? Gedumpt. Als een stuk vuil word ik in de prullenbak gegooid en ingeruild voor iets anders. Iets waar ze meer aan overhoudt. Iets wat haar nog meer vooruit helpt. Ik heb het eerder gezegd. Het universum haat me.
Maar weet je, ik vertik het om te veranderen. Ik ben wie ik ben. Laat mij maar die “pay it forward” sufkut zijn. En wie weet, misschien op een dag is er iemand die opeens aan mij denkt. Die mij ziet voor wie ik ben. Die vindt dat ik het ook eens een keer verdien om het geluk te vinden. En zo niet, nou ja. Dan kan ik er in ieder geval nog een beetje om lachen. Want als er iets is wat ik in al die tijd geleerd heb, is dat het geen zin heeft om te treuren om de absurditeit van het leven.
– Cliff