Ik kan het nog niet met zekerheid zeggen want misschien is dit wel tijdelijk, maar ik heb het gevoel dat ik op een kantelpunt aangekomen ben. Het punt waar ik niet meer verdrietig kan zijn om mijn narcistische ex en alleen nog maar opluchting en woede kan voelen. Opluchting omdat ik verlost ben van dit vreselijke persoon, en woede om hoe ze mij tijdens onze relatie behandeld heeft en om alles wat ze mij heeft aangedaan.
Woede is een veel makkelijkere emotie om mee om te gaan dan verdriet. Van woede raak je niet depressief. Woede geeft je geen suïcidale gedachtes. Woede vreet niet van binnenuit je hele ziel op. Nog niet zo lang geleden kon ik intens verdrietig worden als ik aan haar dacht. Aan alles wat ik met haar dacht te hebben. En alles wat ik dus verloren heb. En aan het feit dat ze nu haar “liefde” aan een ander geeft (ik schrijf “liefde” tussen aanhalingstekens want narcisten kunnen geen liefde voelen – laat staan geven). Tot voor kort miste ik de tijd dat we samen waren enorm. Maar naarmate het mij duidelijker wordt wat voor persoon ze werkelijk is, en wat ze me eigenlijk allemaal geflikt heeft, maakt dat verdriet dus plaats voor woede.
Woede is een drijfveer. Woede geeft je de wil om alles weer op te pakken i.p.v. apathisch toe te kijken hoe je leven aan je voorbij gaat. En daarmee komt ook het plezier in het leven weer terug.
Dat betekent niet automatisch dat ik “genezen” ben. De wonden zijn diep en etteren nog steeds na. Ik ben al het vertrouwen in mensen kwijt. Want als je zelfs je eigen partner niet kan vertrouwen, als juist zíj degene is die je het hardste belazert en zoveel pijn doet, wie kan je dan nog wél vertrouwen?
Ik realiseer me steeds meer dat mijn ex mij niet verdient en nooit verdiend heeft. Niet mijn energie, niet mijn tijd, niet mijn talenten, en zeker niet mijn liefde.
Ik ben daardoor ook veel harder geworden. Mijn ex heeft Brugada. Dat is een hartkwaal waardoor ze zomaar opeens een hartstilstand kan krijgen. En omdat ik een reanimatie diploma heb (toen ik destijds hoorde dat ze Brugada had, heb ik meteen een reanimatie cursus gedaan) en op nog geen 100m afstand van haar woon, ben ik waarschijnlijk de eerste (en enige) die opgeroepen wordt om haar te reanimeren, mocht dat nodig zijn. En als dat zou gebeuren, zou ik waarschijnlijk net doen alsof ik de oproep niet gezien heb. Let wel, dit is de vrouw waarvan ik dacht dat ze mijn zielsverwant was. Waartegen ik zei “voor jou ga ik naar het einde van de wereld – en weer terug”. Zo diep zit de haat nu. En zo hard ben ik door haar geworden.
Maar goed. I don’t give a fuck anymore. All fucks have been given. En zeker als het om haar gaat.


