Ik heb best wel wat talenten – als ik zo onbescheiden mag zijn. Eén van die talenten is dat ik binnen no-time iets kwijt kan raken. Je weet wel, het ene moment heb je het nog in je hand, en het andere moment lijkt het in het niets verdwenen te zijn. Hans Kazan zou er jaloers op worden. En tijdens het zoeken ga ik op steeds onwaarschijnlijkere plaatsen zoeken. Het begint op de meest waarschijnlijke van de onwaarschijnlijke plekken. Zoals de ijskast (ik leg wel eens vaker onnadenkend iets in de ijskast wat daar absoluut niet thuis hoort). Maar al snel zoek ik op plekken waarvan het onmogelijk is dat het verloren voorwerp daar zou kunnen liggen. Zoals in verhuisdozen die al twee jaar op zolder liggen te chillen. Op dit punt gaat het me namelijk niet meer om het vinden van wat ik kwijt ben, maar om het plezier dat ik beleef aan de dingen die ik vind waarnaar ik níet op zoek ben. Snapputnog?
Deze keer was ik op zoek naar een audiokabel welke ik nog niet zo lang geleden gebruikt had, maar zat al snel te snuffelen in voornoemde verhuisdozen. Als eerste opende ik een doos welke door mij ooit eens gemarkeerd was met “memorabelia” (yep, ik wist toen ook al niet hoe je dat spelt). Want ja, dat is natuurlijk een logische plek om een onlangs kwijtgeraakte audiokabel te vinden, niet?
Binnenin vond ik een ratjetoe van sentimentele prullaria. Dit waren de prullaria die een speciaal plekje in mijn hart hadden, maar waarvan Marie Kondo waarschijnlijk klamme handjes zou krijgen. Het is het soort spullen dat mijn toekomstige nabestaanden als eerste in de vuilcontainer zullen mieteren omdat ze geen flauw idee hebben waarom opa dit allemaal bewaarde. Oh, en ik vond ook een paar verdwaalde zilvervisjes. Brrrr.
Maar goed, te midden van deze sentimentele chaos stuitte ik op een klein papieren tasje. Het bestaan ervan was volledig uit mijn geheugen gegleden. Echter, op het moment dat ik het zag, sloeg de herkenning in als een bliksemschicht. In de tijd dat mijn ex nog mijn “toekomstige ex” was, had ik de eigenaardige gewoonte om aandenkens van onze avonturen te bewaren. Festivaltickets, drankmuntjes, zelfs een klein Chinees gelukspoppetje waarvan ik het zusje (of broertje) ooit aan haar schonk ter ere van haar nieuwe baan. Of de vliegtickets van ons tripje naar sunny Londen. Het bonnetje van Popocapatep… Pocopatatel… Popocatapat… Van het mexicaanse restaurant in Haarlem waar we samen gegeten hadden. Alles bewaarde ik. Want dat waren de dingen die voor mij enorm veel waarde hadden. Want weet je nog? Materiële zaken = nul waarde?
Maar het tasje had meer verassingen in petto. Daar, verscholen in de diepten bevond zich ook het prachtige gouden armbandje wat ik zo zorgvuldig voor haar uitgezocht had. Vergezeld van een kaartje met mijn signature “You are, and will always be, my dreamgirl”. Romantisch, niet? Een cadeau recht uit mijn hart welke door haar binnen een paar minuten in een vlaag van woede retour afzender werd gegooid. Omdat ze weer eens boos werd. Uit het niets. Om niets. Ah, de zoete symfonie van liefde en razernij…
En dan was er nog een zorgvuldig vervaardigde kaart, bedoeld voor een romantisch boottochtje voor twee – een romantische onderneming die nooit plaatsvond omdat mijn ex belangrijkere zaken had met haar pas gevonden sekte… eh, ik bedoel, zelfhulpgroep.
Oh, en laten we de pièce de résistance niet vergeten – een hotelreservering, compleet met jacuzzi, omdat voor haar blijkbaar bubbelend water gelijk stond aan eeuwige liefde. Het was bedoeld als ons toevluchtsoord tijdens de “grote” première van een tv-serie waarin ik een mini-rolletje had. Spoiler alert: ik zat daar uiteindelijk alleen, terwijl mijn ex in het niets verdwenen was na een spectaculaire uitbarsting over wederom absoluut niets. En die hotelkamer heb ik nooit gezien. Ah, the memories…
Ik heb de inhoud van het tasje netjes gesorteerd. Want tegenwoordig moet ik mijn afval scheiden.
– Cliff


